|
In het najaar van 1998 laait het debat over de nut en noodzaak van de Betuweroute weer op. Een kritische brief van acht hoogleraren is hier mede de oorzaak van. Op 9 oktober 1998 sturen acht hoogleraren, waaronder de professoren Pols, Heertje, Van Gent en Verhoef, gezamenlijk een brief aan de Tweede Kamer. Hierin pleiten ze voor stopzetting van de aanleg van de Betuweroute. Of op zijn minst uitstel van het gedeelte na Kijfhoek. Volgens de hoogleraren dreigt de aanleg van de Betuweroute andere, meer urgente en productieve, investeringen te vertragen of te verdringen. Het kabinet wil van een tweede heroverweging echter niets weten en minister Netelenbos van Verkeer & Waterstaat legt dit vast in een notitie aan de Tweede Kamer. In deze notitie wordt onderstreept dat de argumenten van 1995 onverminderd van kracht blijven en er zich geen nieuwe feiten hebben aangediend en dat de aanleg van de Betuweroute dan ook zo spoedig mogelijk moet worden afgerond conform de besluitvorming in het parlement in 1995. De notitie bevat ook een bijlage met veertien reacties op veelgehoorde meningen over de Betuweroute.
Onderstaande documenten hebben betrekking op deze periode: Brief professoren aan de Tweede Kamer Kabinetsstandpunt 1998
|
|