|
Communiceren tegen de stroom in De Betuweroute heeft nooit kunnen rekenen op brede en massale maatschappelijke steun. Bijna onmiddellijk na bekendmaking van het project kreeg het te maken met een negatief imago in de samenleving en de media. Het plan om een nieuwe spoorlijn aan te leggen groeide begin jaren ‘90 zelfs uit tot een kwestie van nationale omvang. En ook later, toen al aan het project werd gebouwd eind jaren ‘90, laaide de discussie over nut en noodzaak van de Betuweroute telkens op. Bij iedere (vermeende) kostenstijging, planningsuitloop of vermeende fout in de aanleg kwam het betwijfelde nut van de goederenspoorlijn terug in de berichtgeving en het maatschappelijke debat. Vrijwel elke Nederlander had een mening over de Betuweroute.
Op het gebied van communicatie heeft men altijd gemeend weinig te hoeven aanvullen in dit debat, aangezien de effecten daarvan nihil zijn. Er is gefocust op de directe omgeving die er echt mee te maken had. Vanuit oogpunt van kennismanagement was en is dit dan ook een mooie gelegenheid om te laten zien dat men bewust is omgegaan met de communicatie. En dat de kracht lag in een professionele, maar zeker ook betrokken, bouwcommunicatie. Er is gekeken naar de kracht van de bouwcommunicatie en momenteel wordt er gewerkt aan een groot gezamenlijk kenniscongres met de Noord-Zuidlijn en de HSL-Zuid om de ervaringen op het gebied van de communicatie met elkaar te kunnen uitwisselen.
Bouwcommunicatie en omgevingsmanagement Aan het verbeteren van het imago van de Betuweroute heeft de projectorganisatie zelf geen directe bijdrage kunnen leveren. Dit had te maken met de wijze waarop de aansturing van de organisatie ingericht was. De corporate-, beleids- en marketingcommunicatie was het domein van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De projectorganisatie kon uitsluitend communiceren over zaken die direct betrekking hadden op de bouw en de bouworganisatie. De bouwcommunicatie is door de projectorganisatie grondig aangepakt. Deze zeer intensieve communicatie, gericht op de directe projectomgeving, heeft zichtbaar resultaten geboekt. In de directe omgeving van het project nam de weerstand tegen het bouwproject meetbaar af en werd de projectorganisatie over het algemeen als een zorgvuldige bouwheer gezien. Hierbij heeft overigens ook de intensieve vorm van omgevingsmanagement een belangrijke rol gespeeld. Er was veel overleg met burgemeesters, wethouders en vertegenwoordigers van allerlei andere overheden, zoals waterschappen. Ook belangenverenigingen van bewoners werden veelvuldig betrokken bij de besluitvorming.
Interne communicatie Naast de bouwcommunicatie heeft de afdeling communicatie een grote rol gespeeld in de interne communicatie. Een groot infrastructureel project heeft een looptijd van vele jaren. In het geval van de Betuweroute zeker 10 jaar. Gedurende deze jaren doorliep het project een aantal fasen die gaan van besluitvorming naar voorbereiding naar uitvoering en afronding. Elke fase vraagt andere producten en ander werk van de projectorganisatie. Dit betekent vaak meerdere reorganisaties gedurende de looptijd van het project. Een ander kenmerk is de grote spreiding van de werklocaties. De reorganisaties, faseringen en de spreiding van werklocaties heeft iets gevraagd van de interne communicatie. De interne communicatie bij de projectorganisatie heeft bijgedragen aan een zeer hechte projectcultuur. Een projectcultuur die de basis is geweest voor het vermogen van veel mensen om flexibel te zijn en om te gaan met de extreem grote externe druk. Een cultuur die bij veel medewerkers een gevoel van trots oproept ondanks (of misschien wel dankzij) de grote maatschappelijke kritiek.
|
|